zaterdag 4 juli 2020
woensdag 1 juli 2020
donderdag 16 april 2020
Geen oog voor gepensioneerden
Acht leden van het Verantwoordingsorgaan van het ABP hebben de knuppel in het hoenderhok gegooid. Pensioenfondsen verkeren helemaal niet in zwaar weer zeggen ze.
Onze jongeren worden gebrainwashed dat hel en verdoemenis hun lot gaan worden omdat de ouderen al hun geld op zouden souperen en er straks niks meer over is wanneer zij aan de beurt zijn. Nu blijkt dat niets minder waar is!
De regering geeft terecht aan dat pensioen een zaak is tussen werknemer en werkgever, maar was in het verleden niet te beroerd om een greep in de pensioenpot te doen (er zat teveel in!) en zit nu continue in de pensioenpot te roeren door middel van een Asterix en Obelisk toverformule die 'rekenrente' heet. Dat de gepensioneerden al 10 jaar kind van de rekening zijn maakt de regering niets uit. Wat een gaaf land!
Onze jongeren worden gebrainwashed dat hel en verdoemenis hun lot gaan worden omdat de ouderen al hun geld op zouden souperen en er straks niks meer over is wanneer zij aan de beurt zijn. Nu blijkt dat niets minder waar is!
De regering geeft terecht aan dat pensioen een zaak is tussen werknemer en werkgever, maar was in het verleden niet te beroerd om een greep in de pensioenpot te doen (er zat teveel in!) en zit nu continue in de pensioenpot te roeren door middel van een Asterix en Obelisk toverformule die 'rekenrente' heet. Dat de gepensioneerden al 10 jaar kind van de rekening zijn maakt de regering niets uit. Wat een gaaf land!
Labels:
ABP,
pensioenvermogen
dinsdag 14 april 2020
’Geld zat in pensioenfonds’
Pensioenfondsen verkeren helemaal niet in zwaar weer, althans lang niet alle. Dat beargumenteren acht leden van het Verantwoordingsorgaan van ABP in deze open brief. „Het is hoog tijd om de politiek van Knot en Koolmees kritisch te herbeoordelen in een publieke discussie.”
,,Het is een dogma geworden dat het huidige pensioenstelsel onhoudbaar zou zijn en snel vervangen moet worden door een nieuw pensioencontract. Dat zo’n stelselwijziging heel veel schade zal opleveren voor veel actieve werknemers en gepensioneerden, moeten we maar op de koop toe nemen. Werknemers hebben in de laatste tien jaar al circa 20% van de koopkracht van hun opgebouwde rechten op toekomstig pensioen moeten inleveren, doordat niet is geïndexeerd. Dat geldt ook voor gepensioneerden; zij zijn zo al 20% van hun koopkracht kwijt geraakt. Geluiden uit politiek Den Haag suggereren dat dit nog wel tien jaar zo kan doorgaan, waardoor de koopkracht in 2029 40% minder zou zijn dan in 2009.
Wij bekeken de cijfers van verreweg het grootste fonds – ABP – in de periode van 2007 tot nu en konden geen enkel bewijs vinden voor een acute noodtoestand. Integendeel.
Neem bijvoorbeeld 2019. Toen ontving het ABP €10 miljard aan premies van werknemers en werkgevers en keerde €11 miljard uit aan gepensioneerden en nabestaanden. Dit verschil van €1 miljard is een kwart procent van het vermogen.
2019 bracht ABP ook een uitzonderlijk rendement van €67 miljard, ruim boven de 10% van het beschikbare vermogen. Met deze cijfers zou men dit zo’n 400 jaar kunnen voortzetten.
Kijken we naar het rendement over de jaren, dan zien we soms heftige schommelingen. Was het rendement in 2008 minus 20%, in 2009 stond daar weer plus 20% tegenover. In dit licht moeten we niet al te dramatisch doen over de huidige beurscrisis, die waarschijnlijk weer een negatief rendement van circa 20% kan opleveren. Een pensioenfonds dient zich te richten op de lange termijn van 30 jaar en meer. De verplichte pensioenpremies zijn relatief constant, net als de uitkeringen. Tussentijds kan geen enkele deelnemer zijn rechten vervroegd opeisen. Liquiditeitsproblemen zijn er in ons huidige systeem nagenoeg niet.
,,Het is een dogma geworden dat het huidige pensioenstelsel onhoudbaar zou zijn en snel vervangen moet worden door een nieuw pensioencontract. Dat zo’n stelselwijziging heel veel schade zal opleveren voor veel actieve werknemers en gepensioneerden, moeten we maar op de koop toe nemen. Werknemers hebben in de laatste tien jaar al circa 20% van de koopkracht van hun opgebouwde rechten op toekomstig pensioen moeten inleveren, doordat niet is geïndexeerd. Dat geldt ook voor gepensioneerden; zij zijn zo al 20% van hun koopkracht kwijt geraakt. Geluiden uit politiek Den Haag suggereren dat dit nog wel tien jaar zo kan doorgaan, waardoor de koopkracht in 2029 40% minder zou zijn dan in 2009.
Wij bekeken de cijfers van verreweg het grootste fonds – ABP – in de periode van 2007 tot nu en konden geen enkel bewijs vinden voor een acute noodtoestand. Integendeel.
Neem bijvoorbeeld 2019. Toen ontving het ABP €10 miljard aan premies van werknemers en werkgevers en keerde €11 miljard uit aan gepensioneerden en nabestaanden. Dit verschil van €1 miljard is een kwart procent van het vermogen.
2019 bracht ABP ook een uitzonderlijk rendement van €67 miljard, ruim boven de 10% van het beschikbare vermogen. Met deze cijfers zou men dit zo’n 400 jaar kunnen voortzetten.
Kijken we naar het rendement over de jaren, dan zien we soms heftige schommelingen. Was het rendement in 2008 minus 20%, in 2009 stond daar weer plus 20% tegenover. In dit licht moeten we niet al te dramatisch doen over de huidige beurscrisis, die waarschijnlijk weer een negatief rendement van circa 20% kan opleveren. Een pensioenfonds dient zich te richten op de lange termijn van 30 jaar en meer. De verplichte pensioenpremies zijn relatief constant, net als de uitkeringen. Tussentijds kan geen enkele deelnemer zijn rechten vervroegd opeisen. Liquiditeitsproblemen zijn er in ons huidige systeem nagenoeg niet.
Waarom kan er dan geen geld kan worden gemist om de indexatie op pensioenen te betalen die in 2019 €220 miljoen zou hebben bedragen (dat is 0,04% van het vermogen), terwijl ABP elk jaar gemiddeld €30 miljard bij het vermogen spaart?
Dit jaar gaat het vermogen richting van €500 miljard en dat patroon kan zich nog tientallen jaren voortzetten, zelfs in het uiterst onwaarschijnlijke geval dat er geen enkel rendement meer zou zijn op het vermogen. Uitgaande van gemiddeld hetzelfde rendement, zou de gesignaleerde besparingsdrift tot 2029 leiden tot een verdere stijging van het vermogen met nog eens circa €300 miljard, waardoor het totale ABP-vermogen in de orde van €750 à €800 miljard zou komen, terwijl de deelnemers dan weer 20% in koopkracht armer zouden zijn geworden.
Kortom, het ABP zit helemaal niet in de gevarenzone. De suggestie dat dat wel zo is, is alleen gebaseerd op het volledig absurde dekkingsgraadcriterium (rekenrente), zoals gedefinieerd door DNB en omarmd door de politiek. Er is, althans voor het ABP, geen enkele noodzaak om het systeem van gestage indexatie van opgebouwde rechten en pensioenen in te ruilen voor een nieuw systeem dat veel ongunstiger en onzekerder is voor alle deelnemers: werkenden, slapers en gepensioneerden. Het is zeer wel mogelijk dat dit ook voor andere pensioenfondsen zal gelden.
Dogma’s die niet bekritiseerd mogen worden, leiden vroeg of laat tot ellende.”
Miriam de Boer, Paul Eijkelenkamp, Vivien van Geen, Ben Groen, Jan van Harmelen, Bernard van Praag, Jan Smit, Peter van der Spoel; leden van het Verantwoordingsorgaan van ABP
Dit jaar gaat het vermogen richting van €500 miljard en dat patroon kan zich nog tientallen jaren voortzetten, zelfs in het uiterst onwaarschijnlijke geval dat er geen enkel rendement meer zou zijn op het vermogen. Uitgaande van gemiddeld hetzelfde rendement, zou de gesignaleerde besparingsdrift tot 2029 leiden tot een verdere stijging van het vermogen met nog eens circa €300 miljard, waardoor het totale ABP-vermogen in de orde van €750 à €800 miljard zou komen, terwijl de deelnemers dan weer 20% in koopkracht armer zouden zijn geworden.
Kortom, het ABP zit helemaal niet in de gevarenzone. De suggestie dat dat wel zo is, is alleen gebaseerd op het volledig absurde dekkingsgraadcriterium (rekenrente), zoals gedefinieerd door DNB en omarmd door de politiek. Er is, althans voor het ABP, geen enkele noodzaak om het systeem van gestage indexatie van opgebouwde rechten en pensioenen in te ruilen voor een nieuw systeem dat veel ongunstiger en onzekerder is voor alle deelnemers: werkenden, slapers en gepensioneerden. Het is zeer wel mogelijk dat dit ook voor andere pensioenfondsen zal gelden.
Dogma’s die niet bekritiseerd mogen worden, leiden vroeg of laat tot ellende.”
Miriam de Boer, Paul Eijkelenkamp, Vivien van Geen, Ben Groen, Jan van Harmelen, Bernard van Praag, Jan Smit, Peter van der Spoel; leden van het Verantwoordingsorgaan van ABP
Labels:
ABP,
pensioenvermogen
zaterdag 11 april 2020
De Nederlandse pensioensector is als een schip met een vrachtruim gevuld met gouden dukaten.
De Dagelijkse Standaard - Frits Bosch

De boot is gammel en nog maar net zeewaardig. Aan het stuurwiel staat een kapitein, een zekere Wouter Koolmees. Het is een sympathieke gozer, maar opvarenden hebben weinig fiducie in hem. IJsbergen doemen op. Ter linkerzijde “hyperinflatie”, ter rechterzijde de EU schuldenberg, verderop begerige klauwen van Zuid-Europese landen en nog verderop Chinese en Russische monsters. Er zijn plannen om deze gammele schuit op te doeken, en te vervangen door kleine sloepjes. Maar dit is een uiterst ongelukkig moment daarvoor. De stuurman, een zekere Klaas Knot, zegt tegen kapitein Koolmees “vaar maar door, we zien aan het einde van dit jaar wel waar het schip strandt.” De opvarenden roepen in koor “niets daarvan! Wat blijft er voor ons over, nadat ‘iedereen’ al een greep in de pot heeft kunnen doen? Stuurman Knot, vertel ons hoe we ondersteund worden! Dit is geen tijd voor ‘wait and see.’” Op de boot roepen een paar economen “verschaf eurobonds!” en een ander “verschaf ESM kredietlijnen! Doe wat!” De ijsbergen komen steeds dichterbij. Kapitein Koolmees en stuurman Knot zien het ook, maar doen niets. Als dit maar goed afloopt! Laat het schip niet tegen een ijsberg varen! Pensioenfondsen, let op uw saeck!

De boot is gammel en nog maar net zeewaardig. Aan het stuurwiel staat een kapitein, een zekere Wouter Koolmees. Het is een sympathieke gozer, maar opvarenden hebben weinig fiducie in hem. IJsbergen doemen op. Ter linkerzijde “hyperinflatie”, ter rechterzijde de EU schuldenberg, verderop begerige klauwen van Zuid-Europese landen en nog verderop Chinese en Russische monsters. Er zijn plannen om deze gammele schuit op te doeken, en te vervangen door kleine sloepjes. Maar dit is een uiterst ongelukkig moment daarvoor. De stuurman, een zekere Klaas Knot, zegt tegen kapitein Koolmees “vaar maar door, we zien aan het einde van dit jaar wel waar het schip strandt.” De opvarenden roepen in koor “niets daarvan! Wat blijft er voor ons over, nadat ‘iedereen’ al een greep in de pot heeft kunnen doen? Stuurman Knot, vertel ons hoe we ondersteund worden! Dit is geen tijd voor ‘wait and see.’” Op de boot roepen een paar economen “verschaf eurobonds!” en een ander “verschaf ESM kredietlijnen! Doe wat!” De ijsbergen komen steeds dichterbij. Kapitein Koolmees en stuurman Knot zien het ook, maar doen niets. Als dit maar goed afloopt! Laat het schip niet tegen een ijsberg varen! Pensioenfondsen, let op uw saeck!
Labels:
pensioenvermogen
maandag 24 februari 2020
Pensioen indexeren: Wat kost dat eigenlijk ?
In hun ‘brandbrief’ van 13 oktober 2019 gericht aan de fractievoorzitters van de Tweede Kamer vroegen een aantal ‘bekende’ Nederlanders aandacht voor de pensioen problematiek.
Naast de nodige kritiek/bemerkingen m.b.t. het huidige pensioenstelsel pleiten de ondertekenaars van de brief om in de huidige fase tussen het vigerende en het toekomstige pensioenstelsel ‘iets’ te doen om het geschonden vertrouwen te herstellen.
Citaat uit de brief: “We kunnen alleen maar vertrouwen herstellen als de werkelijkheid aansluit bij de aspiraties en andersom”.
Om het vertrouwen in de overheid voor de huidige en toekomstige pensioendeelnemers weer enigszins terug te winnen is compensatie van niet uitgekeerde pensioengelden van het grootste belang.
Daarmede ontstaat er de broodnodige rust om het nieuwe pensioenstelsel verder uit te werken en neemt de onrust over het bestaande en nog op te tuigen nieuwe pensioenstelsel af.
Indien de pensioenfondsen toestemming verleend kan worden om tussentijds hun overmatig gegroeide pensioenvermogens aan te spreken ter compensatie van de inflatie in de afgelopen jaren dan levert dit slechts voordelen op.
Uitgaande van het gemiddelde aanvullend pensioen van ca.10.000 euro per deelnemer per jaar, en de gemiddelde inflatie van 2% zijn de indexatie kosten 200 euro per deelnemer per jaar.
Na 2008 hebben de meeste -en vooral de grootste- pensioenfondsen hun z.g. indexatie ambitie niet kunnen/mogen uitkeren. Tussen 2008 en 2019 waren er gemiddeld 3 miljoen uitkeringsgerechtigden. Jaarlijks werd er dus gemiddeld 600 miljoen euro aan uitgesteld loon niet uitgekeerd. Over de laatste 10 jaar dus een totaalbedrag van ca. 6 miljard euro.
In diezelfde 10 jaren is het totale pensioenvermogen van alle pensioenfondsen toegenomen met ongeveer 1000 miljard. Bij volledige indexatie zou het pensioenvermogen in 10 jaar tijd zijn gezakt van 1600 miljard naar 1594 miljard euro, een afname van minder dan 0,3 %.
Waarschijnlijk heeft het beheer en overmatige toezicht op ‘onze’ pensioengelden over de afgelopen 10 jaar een veelvoud gekost?!
Voor de goede orde:
Naast de nodige kritiek/bemerkingen m.b.t. het huidige pensioenstelsel pleiten de ondertekenaars van de brief om in de huidige fase tussen het vigerende en het toekomstige pensioenstelsel ‘iets’ te doen om het geschonden vertrouwen te herstellen.
Citaat uit de brief: “We kunnen alleen maar vertrouwen herstellen als de werkelijkheid aansluit bij de aspiraties en andersom”.
Om het vertrouwen in de overheid voor de huidige en toekomstige pensioendeelnemers weer enigszins terug te winnen is compensatie van niet uitgekeerde pensioengelden van het grootste belang. Daarmede ontstaat er de broodnodige rust om het nieuwe pensioenstelsel verder uit te werken en neemt de onrust over het bestaande en nog op te tuigen nieuwe pensioenstelsel af.
Indien de pensioenfondsen toestemming verleend kan worden om tussentijds hun overmatig gegroeide pensioenvermogens aan te spreken ter compensatie van de inflatie in de afgelopen jaren dan levert dit slechts voordelen op.
Uitgaande van het gemiddelde aanvullend pensioen van ca.10.000 euro per deelnemer per jaar, en de gemiddelde inflatie van 2% zijn de indexatie kosten 200 euro per deelnemer per jaar.
Na 2008 hebben de meeste -en vooral de grootste- pensioenfondsen hun z.g. indexatie ambitie niet kunnen/mogen uitkeren. Tussen 2008 en 2019 waren er gemiddeld 3 miljoen uitkeringsgerechtigden. Jaarlijks werd er dus gemiddeld 600 miljoen euro aan uitgesteld loon niet uitgekeerd. Over de laatste 10 jaar dus een totaalbedrag van ca. 6 miljard euro.
In diezelfde 10 jaren is het totale pensioenvermogen van alle pensioenfondsen toegenomen met ongeveer 1000 miljard. Bij volledige indexatie zou het pensioenvermogen in 10 jaar tijd zijn gezakt van 1600 miljard naar 1594 miljard euro, een afname van minder dan 0,3 %.
Waarschijnlijk heeft het beheer en overmatige toezicht op ‘onze’ pensioengelden over de afgelopen 10 jaar een veelvoud gekost?!
Voor de goede orde:
- De onttrekking van geld uit de pensioenpot kost de belastingbetaler geen geld en spekt alleen maar de staatskas met belastinginkomsten;
- De zorgkosten zullen zeker afnemen want menigeen maakt zich al jaren veel te druk om het pensioen. Stressen vergroot het medicijngebruik enz.;
- Nabetaling van de uitgestelde indexatie van de pensioengelden geeft de toekomstige pensioengerechtigden eerder vertrouwen dan wantrouwen in elk ander pensioenstelsel. Daarmee bewijst men daadwerkelijk dat kan worden gesproken van “het beste pensioenstelsel”.
Labels:
pensioeninkomen
dinsdag 28 januari 2020
50plus: Koopkrachtverlies na topjaar niet uit te leggen
In De Telegraaf werd afgelopen week uitgebreid ingegaan op de financiële situatie bij de Nederlandse pensioenfondsen. Naast een analyse over deze situatie had de krant ook een treffende illustratie opgenomen. Over de gehele pagina 2 en 3 was een afbeelding te zien van enerzijds zeer zonnige rendementen en anderzijds dreigende, rode cijfers inzake de dekkingsgraden van de pensioenfondsen.
Ondanks rendementen van 15 tot 20 procent is het nog steeds niet mogelijk de pensioenen aan te passen aan de oplopende prijzen. De koopkracht van de gepensioneerden gaat daardoor ook het komende jaar weer verder achteruit. Een bizarre situatie die ertoe heeft geleid dat Nederlandse gepensioneerden de afgelopen jaren bijna een kwart van de koopkracht van hun pensioen zijn kwijtgeraakt.

De huidige problemen rond de pensioenen worden niet veroorzaakt door de slechte rendementen, maar door de veel te strenge regels die onze overheid aan de pensioenfondsen heeft opgelegd. Onze partij vraagt hier al jarenlang aandacht voor, maar meestal zijn onze betogen aan politieke dovemansoren gericht. Gelukkig groeit de aandacht voor deze problemen. Onlangs richtte een groep van zestig hoogleraren, pensioendeskundigen en bestuurders uit het bedrijfsleven zich tot de fractievoorzitters in de Tweede Kamer met adviezen om de regels aan te passen. Want het is niet meer aan mensen uit te leggen dat pensioenfondsen torenhoge rendementen boeken en de politiek tegelijkertijd druk debatteert over extra kortingen op pensioenuitkeringen. Alsof het koopkrachtverlies van ouderen nog niet groot genoeg is geweest. Dat is niet te begrijpen.
Bij veel ouderen leeft het idee dat er door partijen weliswaar eindeloos over allerlei systemen wordt gesproken, maar dat we geen meter opschieten. Dat er talloze commissies, stuurgroepen en werkgroepen zijn ingesteld, maar er niets is opgelost. Het enige wat dit gepraat af en toe heeft opgeleverd, zijn complexe akkoorden met allerlei nieuwe regeltjes die de ruimte om de pensioenen te verhogen alleen maar verder beperken.
Zolang we niet tot een wezenlijke verandering van de spelregels komen, blijft het ronddraaien in dezelfde cirkeltjes als de afgelopen jaren. Het is ook niet verrassend dat, ondanks alle jarenlange onderhandelingen tussen de diverse partijen, er nog steeds geen zicht is op een nieuw pensioenakkoord. Een akkoord dat er volgens ons ook niet komt als het kabinet blijft vasthouden aan dezelfde starre uitgangspunten. Wanneer er geen duidelijke wijziging komt in de rekenrentesystematiek, zal er weinig vooruitgang zijn, anders dan een poging de risico’s zo veel mogelijk naar de deelnemers te verschuiven.
Het is de hoogste tijd dat het kabinet zich minder verdiept in complexe modellen voor de lange termijn, maar met concrete oplossingen komt om de inkomens van miljoenen gepensioneerden snel te verbeteren. Gepensioneerden die jarenlang gespaard hebben voor wat zij dachten dat een goed pensioen zou worden, maar nu doorlopend misgrijpen, terwijl de pensioenfondsen steeds rijker worden; die absoluut niet begrijpen hoe dit allemaal kan, die steeds minder vertrouwen hebben in het stelsel en zich grote zorgen maken over hun toekomst. Dat kan en moet anders.
Martin van Rooijen is voorzitter van de Eerste Kamerfractie van 50-plus
De pensioenfondsen hebben een gouden jaar gedraaid met hun beleggingen, maar de pensioenen gaan níet omhoog. De lage rente gooit roet in het eten. Verwachting is dat het pensioenstelsel verder wordt versoberd. Martin van Rooijen is ontsteld. „Ouderen begrijpen hier niets meer van.”
Ondanks rendementen van 15 tot 20 procent is het nog steeds niet mogelijk de pensioenen aan te passen aan de oplopende prijzen. De koopkracht van de gepensioneerden gaat daardoor ook het komende jaar weer verder achteruit. Een bizarre situatie die ertoe heeft geleid dat Nederlandse gepensioneerden de afgelopen jaren bijna een kwart van de koopkracht van hun pensioen zijn kwijtgeraakt.

De huidige problemen rond de pensioenen worden niet veroorzaakt door de slechte rendementen, maar door de veel te strenge regels die onze overheid aan de pensioenfondsen heeft opgelegd. Onze partij vraagt hier al jarenlang aandacht voor, maar meestal zijn onze betogen aan politieke dovemansoren gericht. Gelukkig groeit de aandacht voor deze problemen. Onlangs richtte een groep van zestig hoogleraren, pensioendeskundigen en bestuurders uit het bedrijfsleven zich tot de fractievoorzitters in de Tweede Kamer met adviezen om de regels aan te passen. Want het is niet meer aan mensen uit te leggen dat pensioenfondsen torenhoge rendementen boeken en de politiek tegelijkertijd druk debatteert over extra kortingen op pensioenuitkeringen. Alsof het koopkrachtverlies van ouderen nog niet groot genoeg is geweest. Dat is niet te begrijpen.
Bij veel ouderen leeft het idee dat er door partijen weliswaar eindeloos over allerlei systemen wordt gesproken, maar dat we geen meter opschieten. Dat er talloze commissies, stuurgroepen en werkgroepen zijn ingesteld, maar er niets is opgelost. Het enige wat dit gepraat af en toe heeft opgeleverd, zijn complexe akkoorden met allerlei nieuwe regeltjes die de ruimte om de pensioenen te verhogen alleen maar verder beperken.
Zolang we niet tot een wezenlijke verandering van de spelregels komen, blijft het ronddraaien in dezelfde cirkeltjes als de afgelopen jaren. Het is ook niet verrassend dat, ondanks alle jarenlange onderhandelingen tussen de diverse partijen, er nog steeds geen zicht is op een nieuw pensioenakkoord. Een akkoord dat er volgens ons ook niet komt als het kabinet blijft vasthouden aan dezelfde starre uitgangspunten. Wanneer er geen duidelijke wijziging komt in de rekenrentesystematiek, zal er weinig vooruitgang zijn, anders dan een poging de risico’s zo veel mogelijk naar de deelnemers te verschuiven.
Martin van Rooijen is voorzitter van de Eerste Kamerfractie van 50-plus
De pensioenfondsen hebben een gouden jaar gedraaid met hun beleggingen, maar de pensioenen gaan níet omhoog. De lage rente gooit roet in het eten. Verwachting is dat het pensioenstelsel verder wordt versoberd. Martin van Rooijen is ontsteld. „Ouderen begrijpen hier niets meer van.”
Labels:
koopkracht,
pensioeninkomen,
Rekenrente
dinsdag 21 januari 2020
Analyse: pensioen niet uit te leggen
In de kern is het pensioen niet zo’n ingewikkeld systeem. Tijdens het werkzame leven stort een werknemer een deel van het inkomen in de kas van een pensioenfonds. Dat fonds belegt dat geld zo goed mogelijk en betaalt later pensioen uit.Een mooi en – op papier – eenvoudig systeem. Tot de grote voordelen van het Nederlandse pensioenstelsel behoort de verplichting: bijna iedereen in loondienst moet meedoen met een pensioenfonds. Verplichting klinkt onaardig maar op die manier bouwt ieder een pensioen op, óók de jongeren die hun geld liever besteden aan een festival of vakantie.
Maar tegenover deze simpele praktijk staan ingewikkelde regels die zijn opgesteld voor de pensioenfondsen. Regels die er zijn om te vermijden dat de fondsen er een zooitje van maken.
De pensioenfondsen investeren honderden miljarden euro’s in beleggingen die relatief veilig zijn, zoals staatsleningen. Maar er gaan ook miljarden naar aandelen of andere beleggingen. En 2019 was voor veel van die beleggingen een uitstekend jaar. De fondsen hebben superrendementen behaald.
Een pensioenfonds heeft tegenover de beleggingen ook een verplichting om pensioenen uit te betalen. Voor de berekeningen van die verplichting wordt (volgens de strikte regels) gewerkt met de lage rente die er thans is. Hoe lager de rente, hoe meer er nu in kas moet zijn om op termijn een bedrag te betalen.
Dat is een veilige manier van rekenen. Maar ook een manier die ertoe leidt dat de fondsen gouden tijden beleven op de beurs en toch de pensioenen niet kunnen laten stijgen; de berekende verplichtingen groeien immers sneller dan de beleggingen. Dat is bijna niet uit te leggen aan de deelnemers van de fondsen. Dat is erg want als werknemers verplicht meedoen moet het stelsel op zijn minst begrijpelijk zijn.
Labels:
Pensioenfondsen,
Rekenrente,
rente
vrijdag 3 januari 2020
Aon: Pensioenkortingen over een jaar realistisch scenario
De pensioenkortingen zijn bij sommige pensioenfondsen weliswaar van de baan voor dit jaar, maar kortingen vanaf 1 januari 2021 blijven een realistisch scenario. Deze voorspelling doet financieel dienstverlener Aon donderdag in een bericht.
"De rente blijft waarschijnlijk laag en aandelenbeleggingen zijn onzeker", aldus Aon. "Als een pensioenfonds nu een dekkingsgraad van 90 procent heeft, wordt het een hele uitdaging om naar 100 procent te komen."
Pensioenfondsen hebben het afgelopen jaar flink last gehad van de gedaalde rente. Hierdoor daalden ook de dekkingsgraden. Tegelijk maakten de fondsen ook relatief hoge rendementen op onder meer hun aandelenbeleggingen.
"Het is ook de vraag hoe er dit jaar geacteerd wordt als de fondsen er nog steeds slecht voor staan", zegt Frank Driessen, directeur van Aon Retirement & Investment. "Zeker met het oog op de verkiezingen in 2021 kan het zomaar gebeuren dat ook eind 2020 de kortingen niet toegepast worden."
De gemiddelde dekkingsgraad, de verhouding tussen het vermogen van de fondsen en de verplichtingen, daalde in 2019 van 104 procent naar 103 procent. Meerdere fondsen hebben een dekkingsgraad onder de 100 procent.
"De rente blijft waarschijnlijk laag en aandelenbeleggingen zijn onzeker", aldus Aon. "Als een pensioenfonds nu een dekkingsgraad van 90 procent heeft, wordt het een hele uitdaging om naar 100 procent te komen."
Pensioenfondsen hebben het afgelopen jaar flink last gehad van de gedaalde rente. Hierdoor daalden ook de dekkingsgraden. Tegelijk maakten de fondsen ook relatief hoge rendementen op onder meer hun aandelenbeleggingen.
"Het is ook de vraag hoe er dit jaar geacteerd wordt als de fondsen er nog steeds slecht voor staan", zegt Frank Driessen, directeur van Aon Retirement & Investment. "Zeker met het oog op de verkiezingen in 2021 kan het zomaar gebeuren dat ook eind 2020 de kortingen niet toegepast worden."
De gemiddelde dekkingsgraad, de verhouding tussen het vermogen van de fondsen en de verplichtingen, daalde in 2019 van 104 procent naar 103 procent. Meerdere fondsen hebben een dekkingsgraad onder de 100 procent.
Labels:
Pensioenfondsen,
rente
Abonneren op:
Posts (Atom)

